19 juni 2024
dagopening

woensdag, 19 juni 2024

Geloof jij in een God die wonderen doet?

Een bezeten man

NBV | Marcus 5:1-20

1 Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. 2 Toen Hij uit de boot gestapt was, kwam Hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was 3 en in de spelonken woonde. Niemand kon hem meer vastbinden, zelfs niet met kettingen. 4 Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. 5 En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. 6 Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op Hem af en wierp zich voor Hem neer, 7 en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met Jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer Je bij God: doe me geen pijn!’ 8 Want Hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’ 9 Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ 10 Hij smeekte Hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. 11 Nu werd er op de berghelling een grote kudde varkens gehoed. 12 De onreine geesten smeekten Hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’ 13 Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. 14 De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er gebeurd was. 15 Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. 16 Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. 17 Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten. 18 Toen Hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij Hem te mogen blijven. 19 Dat stond Hij hem niet toe, maar Hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe Hij zich over u heeft ontfermd.’ 20 De man ging weg en begon in de Dekapolis rond te vertellen wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd.

BGT | Marcus 5:1-20

1 Ze gingen naar de andere kant van het meer. Daar was het gebied van de Gerasenen. 2-5 Toen Jezus uit de boot gestapt was, kwam er een man op hem af. Die man kwam tevoorschijn uit één van de grotten waar mensen begraven lagen. Daar woonde hij. Hij had een kwade geest in zich. De mensen bonden hem vaak vast met zware kettingen en handboeien. Maar dat duurde niet lang. De man trok de boeien los en maakte de kettingen kapot. Niemand was sterk genoeg om hem tegen te houden. Dus ging die man zijn gang. Dag en nacht stond hij lawaai te maken in de grotten en de bergen. En hij sloeg zichzelf met stenen. 6 Toen de man Jezus in de verte zag, rende hij naar hem toe. Hij liet zich voor Jezus op de grond vallen. 7-8 Jezus zei tegen de kwade geest die in de man was: ‘Ga weg uit deze man!’ Maar de kwade geest schreeuwde: ‘Jij daar, Jezus, Zoon van de allerhoogste God! Laat me met rust! Ik smeek je, doe me geen pijn.’ Jezus jaagt de kwade geesten weg 9 Jezus vroeg aan de man: ‘Hoe heet je?’ Hij zei: ‘Ik heet Leger. Want er zit een leger kwade geesten in me.’ 10 De kwade geesten zeiden tegen Jezus: ‘Stuur ons alsjeblieft niet weg uit dit gebied.’ 11 Toevallig liep daar in de bergen een grote groep varkens. 12 De kwade geesten vroegen aan Jezus: ‘Mogen we in die varkens gaan?’ 13 Dat vond Jezus goed. De kwade geesten gingen weg uit de man. Ze gingen in de varkens. Meteen renden de varkens van de steile berg af, en ze vielen in het meer. Alle varkens verdronken. Het waren er wel tweeduizend. De mensen willen dat Jezus weggaat 14-15 De mannen die op de varkens gepast hadden, vluchtten weg. Ze vertelden overal wat ze gezien hadden. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus. Daar zagen ze ook de man die eerst een leger kwade geesten in zich had. Nu zat hij daar rustig, met kleren aan en helemaal normaal. De mensen schrokken ervan. 16 Een paar mensen hadden alles gezien. Ze vertelden het aan de anderen. Ze zeiden dat de kwade geesten in de varkens gegaan waren. En ze vertelden wat er daarna met die varkens gebeurd was. 17 Toen de mensen dat hoorden, zeiden ze tegen Jezus: ‘Ga alstublieft weg uit ons gebied.’ 18 Jezus stapte in de boot. De man die eerst kwade geesten in zich had, wilde heel graag mee. 19 Maar Jezus zei: ‘Nee. Ik wil dat je teruggaat naar je huis en je familie. Vertel hun wat de Heer voor jou gedaan heeft, en hoe goed hij voor je geweest is.’ 20 De man ging naar het gebied dat Dekapolis heet. Daar begon hij te vertellen wat Jezus voor hem gedaan had. En iedereen die het hoorde, was verbaasd.

Verwerking

Titel: Een bezeten man

 Gisteren lazen we over de storm op het meer. De leerlingen van Jezus praten over Jezus. ‘Wie is dat toch, dat zelfs een storm naar Hem luistert?’ Ze hebben geen idee wie Jezus écht is. Het was al avond en nu komen ze in een ander gebied. Het is een niet- zo bekend gebied voor hen.

We weten dat het al donker was en laat op de avond. Hoe zou jij reageren als er dan iemand op jou af kwam rennen vanuit een donkere grot? De bezeten man valt voor Jezus neer. Dat betekent dus dat Jezus gewoon blijft staan. Ik denk dat je misschien wel keihard weg zou rennen, Jezus niet.

Er is goed en kwaad in de wereld. Bezeten betekent dat iemand je in bezit heeft. In dit geval is dat de duivel. Dat is Gods vijand. Wat moeten we nu met dit verhaal, vraag je je misschien af?

Het is belangrijk dat je weet dat er goed en kwaad is in de wereld. De duivel wil alleen maar kwaad doen en wil dat mensen kapot worden gemaakt. Dit kan je herkennen in dit verhaal dat hij zichzelf sloeg met stenen. Daar ga je letterlijk kapot van. Hij wil mensen bij God vandaan houden. God is goed. Hij heeft de wereld gemaakt en zag dat het zeer goed was. Zoals we hier lezen, zien we dat Jezus mensen wil bevrijden! God wil dat het goed gaat met je!

Hier is een botsing tussen goed en kwaad. Een helper van de duivel probeert Jezus misschien bang te maken, maar dit lukt niet. Wij hoeven niet bang te zijn voor het kwaad, omdat God groter is. Misschien lijkt het niet altijd zo. Jezus bevrijdt de man en laat hiermee zien dat God groter is dan het kwaad.

Gebed:

Dank Jezus dat Hij groter is dan alles en niets onmogelijk is voor Hem.