
Joh. 20: 24-28
- NBV
- BGT
Eén van de twaalf, Tomas, was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wee niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God.’
Toen Jezus bij de groep leerlingen kwam, was één leerling er niet bij. Dat was Tomas, die ook Didymus genoemd werd. De anderen zeiden later tegen hem: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ Tomas zei: ‘Ik wil eerst de wonden van de spijkers in zijn handen zien, en ze voelen met mijn vinger. En ik wil met mijn hand de wonden in zijn zij voelen. Anders geloof ik niet!’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar, en Tomas was er nu ook bij. De deur was op slot, maar opeens stond Jezus weer tussen hen in. Hij zei: ‘Ik wens jullie vrede.’ Daarna zei hij tegen Tomas: ‘Kom, voel met je vinger aan mijn handen, en voel met je hand aan mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof!’ Toen zei Tomas tegen hem: ‘U bent mijn Heer en mijn God.’
Verwerking
Na Jezus’ opstanding verschijnt hij verschillende keren aan de discipelen. Tomas kan niet geloven dat de anderen Jezus echt hebben gezien. Jezus was toch gestorven, hoe konden de andere hem nou gezien hebben?
Jezus is niet boos op Tomas dat hij niet meteen gelooft. Hij heeft geduld met Tomas en laat hem zijn wonden zien en voelen.
Vragen:
Wat had/heb jij nodig om in Jezus’ opstanding te geloven?
Gebedspunten:
Vraag God om kracht om te geloven wanneer we dit moeilijk vinden.