donderdag, 29 januari 2026
Gelijkenissen
Gods Koninkrijk, de wereld op z'n kop
De erfgenamen van het koninkrijk van God
- NBV
- BGT
Met het oog op degenen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Hij de volgende gelijkenis. ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich berouwvol op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’
Jezus gaf nog een voorbeeld. Dat was bedoeld voor mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. Jezus zei: ‘Een farizeeër en een tollenaar gingen naar de tempel om te bidden. De farizeeër stond trots rechtop. En hij begon te bidden: ‘God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen. Want die zijn oneerlijk, ze stelen en ze gaan vreemd. En ik dank U dat ik niet ben zoals die tollenaar daar. Ik betaal belasting aan de tempel over al mijn bezit. En ik vast twee keer per week om U te eren.’ Intussen stond de tollenaar helemaal achter in de tempel. Hij durfde zelfs niet omhoog te kijken. Hij huilde en zei: ‘God, ik ben een slecht mens. Heb medelijden met mij.’ Luister naar mijn woorden: Toen de twee mannen naar huis gingen, was de tollenaar bevrijd van zijn schuld. Maar de farizeeër niet. Want God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt, onbelangrijk maken. En juist mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken.’
Verwerking
Een tollenaar was in die tijd een belastinginner voor de Romeinen. Vaak vroegen ze meer geld van de mensen om dat voor zichzelf te houden. Farizeeërs probeerden de wet van God strikt na te leven.
Was het dan ook niet logisch dat de farizeeër zich beter voelde dan de tollenaar?
De farizeeër had het met zichzelf getroffen. Hij zag andere mensen zondigen, maar hij deed dat niet. Hij deed best goede dingen. Mag je daar dan niet blij mee zijn?
Stelling: Ik ga naar de kerk, volg catechisatie, zit op een christelijke school: dan ben ik toch een minder grote zondaar dan iemand die dat allemaal niet doet?
De tollenaar schaamde zich voor alles wat hij verkeerd had gedaan. En juist dát is een goede zaak volgens Jezus. Zijn zonden worden wel vergeven . Tenslotte is Jezus gekomen voor zondaren. Niet voor mensen die denken dat ze Jezus niet nodig hebben.
Gebed: HERE God, laat ons toch zien dat wij allemaal vergeving van onze zonden nodig hebben en alleen door het werk van de Here Jezus gered kunnen worden. Maak ons mild tegenover andere mensen.