vrijdag, 20 maart 2026
leven door geloof
de farizeeër en de tollenaar
- NBV
- BGT
Met het oog op degenen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Hij de volgende gelijkenis. ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar.Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich berouwvol op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogd.’
Jezus gaf nog een voorbeeld. Dat was bedoeld voor mensen die zichzelf beter vinden dan anderen. Jezus zei: ‘Een farizeeër en een tollenaar gingen naar de tempel om te bidden. De farizeeër stond trots rechtop. En hij begon te bidden: ‘God, ik dank u dat ik niet ben zoals de andere mensen. Want die zijn oneerlijk, ze stelen en ze gaan vreemd. En ik dank u dat ik niet ben zoals die tollenaar daar. Ik betaal belasting aan de tempel over al mijn bezit. En ik vast twee keer per week om u te eren.’ Intussen stond de tollenaar helemaal achter in de tempel. Hij durfde zelfs niet omhoog te kijken. Hij huilde en zei: ‘God, ik ben een slecht mens. Heb medelijden met mij.’ Luister naar mijn woorden: Toen de twee mannen naar huis gingen, was de tollenaar bevrijd van zijn schuld. Maar de farizeeër niet. Want God zal iedereen die zichzelf geweldig vindt, onbelangrijk maken. En juist mensen die zichzelf niets waard vinden, die zal God belangrijk maken.’
Verwerking
Twee mannen gaan naar de tempel om te bidden: een farizeeër (schriftgeleerd, leefde serieus en nauwgezet) en een tollenaar (zondaar, belastingontvanger, slechte reputatie).
De farizeeër dankt God dat hij beter is dan andere mensen en somt zijn goede daden op.
De tollenaar blijft achterin, durft niet op te kijken, slaat zich op de borst en bidt: “God, wees mij zondaar genadig.”
Jezus draait het om: niet degene die zichzelf geweldig vindt, maar degene die eerlijk is over zijn fouten en Gods genade nodig heeft, heeft het echt goed door.
Dit geeft ruimte: je mag komen zoals je bent, met je fouten, stress, faalangst, gedrag dat misging, en bidden: “Heer, wilt U mij helpen en genadig zijn?
Waarin lijk jij meer op de farizeeër, en waarin op de tollenaar?
Stelling: In de klas en op school vergelijken leerlingen zich vaak: cijfers, uiterlijk, sport, populariteit. Deze gelijkenis prikt door al dat vergelijken heen.
Gebed: HEER, onze God, U kent ons beter dan wij onszelf kennen. U weet hoe vaak wij ons vergelijken met anderen, ons beter willen voordoen, of juist denken dat we niets waard zijn. Leer ons om niet hoogmoedig neer te kijken op anderen, zoals de farizeeër deed, maar om eerlijk te zijn over onze fouten en zwakheden. Geef ons een nederig hart, zoals de tollenaar, die bad: “God, wees mij zondaar genadig.”