04 mei 2026
dagopening

maandag, 04 mei 2026

2026 - week 19

Zonde!

NBV | 1 Samuel 28 : 5-7 & 11-16

Maar toen Saul het kamp van de Filistijnen zag, greep de angst hem bij de keel. Hij raadpleegde de HEER, maar de HEER gaf geen antwoord: noch in dromen, noch door middel van orakelstenen, noch bij monde van profeten. Daarom beval hij zijn dienaren om voor hem een dodenbezweerster op te sporen. ‘Daar wil ik naartoe gaan om antwoord te vinden op mijn vragen,’ zei hij. (…..) ‘Wie moet ik dan voor u oproepen?’ vroeg ze. ‘Samuel,’ antwoordde Saul. Zodra de vrouw Samuel zag, slaakte ze een ijselijke kreet. ‘Waarom hebt u me bedrogen?’ vroeg ze aan Saul. ‘U bent Saul zelf!’ ‘Wees niet bang,’ stelde de koning haar gerust. ‘Maar zeg me, wat ziet u?’ ‘Ik zie een goddelijke gestalte uit de aarde oprijzen,’ antwoordde ze. ‘Hoe ziet hij eruit?’ vroeg Saul. ‘Het is een oude man, gehuld in een mantel.’ Toen wist Saul dat het Samuel was, en hij knielde neer en boog diep voorover. Samuel vroeg aan Saul: ‘Waarom heb je me opgeroepen en mijn rust verstoord?’ ‘Ik zie geen uitweg meer,’ antwoordde Saul. ‘Ik word aangevallen door de Filistijnen en God heeft me in de steek gelaten. Hij geeft geen antwoord meer op mijn vragen, noch bij monde van profeten, noch in dromen. Daarom heb ik u opgeroepen om u te vragen wat ik moet doen.’ Maar Samuel zei: ‘Waarom kom je bij mij om raad? Je weet toch dat de HEER je verlaten heeft en zich nu tegen je heeft gekeerd.

BGT | 1 Samuel 28 : 5-7 & 11-16

Toen Saul het leger van de Filistijnen zag, werd hij doodsbang. Hij vroeg de Heer om raad, maar de Heer antwoordde niet. Niet in dromen en niet via priesters of profeten. Toen Samuel gestorven was, hadden alle Israëlieten gerouwd om zijn dood. Ze hadden Samuel begraven in zijn woonplaats Rama. Daarna had Saul alle waarzeggers en mensen die geesten opriepen, weggejaagd uit Israël. Maar nu zei Saul tegen zijn dienaren: ‘Zoek voor mij een vrouw die geesten kan oproepen. Dan ga ik naar haar toe en vraag ik haar om raad.’ Zijn dienaren zeiden: ‘In Endor woont zo’n vrouw.’ (…..) Toen vroeg de vrouw: ‘Wie moet ik voor u oproepen?’ En Saul zei: ‘Roep Samuel voor mij op.’ Toen de vrouw de geest van Samuel zag, begon ze hard te schreeuwen. Ze riep tegen Saul: ‘Waarom hebt u mij bedrogen? U bent Saul zelf!’ Maar Saul zei tegen haar: ‘U hoeft niet bang te zijn! Vertel me wat u ziet.’ De vrouw antwoordde: ‘Ik zie een geest uit de aarde omhoogkomen.’ Saul vroeg: ‘Hoe ziet die geest eruit?’ De vrouw zei: ‘Het is een oude man met een mantel.’ Toen wist Saul dat het Samuel was. Saul knielde en maakte een diepe buiging. Samuel vroeg aan Saul: ‘Waarom laat je me oproepen? Waarom stoor je mij?’ Saul antwoordde: ‘Omdat de Filistijnen oorlog tegen mij willen voeren! Ik ben doodsbang, want God beschermt me niet meer. Hij zegt niets meer tegen mij. Niet via de profeten en niet in dromen. Daarom heb ik u geroepen, u moet me vertellen wat ik moet doen.’Maar Samuel zei: ‘Waarom vraag je dat? Je weet toch dat de Heer je in de steek gelaten heeft? Hij is je vijand geworden.

Verwerking

We hadden thuis een boek waar een indrukwekkend schilderij in stond waarop Saul stond afgebeeld terwijl hij om raad vraagt bij een dodenbezweerster, een heks, iemand die contact kan maken met het dodenrijk. Wanneer God Saul heeft verlaten, omdat hij hem niet gehoorzaam was, doet Saul iets heel menselijks: Hij wil nog één keer de vertrouwde stem van Samuel horen. God spreekt via Samuel en bestraft hem direct, omdat hij de doden niet met rust laat en zich inlaat met zondige en duistere praktijken. Vandaag eren we de doden die zijn gestorven voor het vaderland. Natuurlijk mogen we hen in liefde en met respect herdenken. Zoek het dodenrijk niet zelf op door middel van duistere praktijken, het lijkt soms spannend of troostvol om contact met de doden te zoeken, echter je neemt vaak een vleugje duister met je mee. Gebed: Bid voor mensen die bewust of onbewust in het donker leven. Dank voor mensen die we hebben mogen kennen, maar nu bij God zijn.