donderdag, 07 mei 2026
2026 - week 19

Numeri 22 : 21 - 34
- NBV
- BGT
e volgende morgen maakte Bileam zich gereed, zadelde zijn ezelin en ging met de Moabitische leiders mee. Maar nauwelijks was hij op weg, rijdend op zijn ezelin en vergezeld door twee van zijn dienaren, of God ontstak in woede, en een engel van de HEER ging op de weg staan om Bileam tegen te houden. De ezelin zag de engel van de HEER op de weg staan, met een getrokken zwaard in de hand, en ze ging opzij, van de weg af het veld in. Bileam sloeg de ezelin om haar weer naar de weg te drijven. Hierop ging de engel van de HEER op een smalle weg tussen de wijngaarden staan. Aan weerszijden was een muur. Toen de ezelin de engel van de HEER zag, drukte ze zich tegen de muur, zodat Bileams voet bekneld raakte. Weer sloeg hij haar. De engel van de HEER ging opnieuw een stuk verderop staan, in een nauwe doorgang, waar geen ruimte was om naar links of rechts uit te wijken. Toen de ezelin de engel van de HEER zag ging ze liggen, met Bileam nog op haar rug. Bileam werd woedend en sloeg de ezelin met een stok. Toen liet de HEER de ezelin spreken. Ze vroeg Bileam: ‘Wat heb ik u misdaan, dat u me nu al drie keer geslagen hebt?’ ‘Je drijft de spot met me,’ zei Bileam. ‘Als ik een zwaard bij me had, dan had ik je allang gedood.’ De ezelin vroeg Bileam: ‘Ben ik niet de ezelin waarop u al uw hele leven rijdt? Heb ik mij soms ooit eerder zo gedragen?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. Toen opende de HEER Bileam de ogen, zodat hij de engel van de HEER op de weg zag staan, met het getrokken zwaard in de hand. Hij knielde en boog diep voorover. De engel van de HEER vroeg hem: ‘Waarom heb je je ezelin nu al drie keer geslagen? Ik ben hier gekomen om je tegen te houden, want deze reis is tegen mijn wil ondernomen, deze weg voert naar de afgrond. Driemaal zag je ezelin mij, en driemaal is ze voor me opzij gegaan. Had ze dat niet gedaan, dan had ik jou gedood maar haar in leven gelaten.’ Bileam zei tegen de engel van de HEER: ‘Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u mij de weg versperde. Maar als wat ik doe slecht is in uw ogen, ga ik terug naar huis.’
oen Bileam met zijn ezelin en twee dienaren op weg ging, werd God woedend. En er kwam een engel van de Heer, die op de weg ging staan om Bileam tegen te houden. De ezelin zag de engel, met een zwaard in zijn hand. De ezelin ging van de weg af en liep het veld in. Bileam sloeg haar met een stok, want hij wilde dat ze weer op de weg ging lopen. Daarna ging de weg door de wijngaarden. Aan beide kanten van de weg was een stenen muur. De engel van de Heer ging weer midden op de weg staan. De ezelin zag de engel staan, en ging opzij. Ze drukte zich tegen de muur aan, en daardoor werd ook de voet van Bileam tegen de muur aan gedrukt. Opnieuw sloeg Bileam de ezelin met zijn stok. Daarna werd de weg heel smal. De engel van de Heer ging weer op de weg staan. Deze keer kon er niemand meer langs. De ezelin zag dat, en ging op de grond liggen. Bileam werd woedend op de ezelin, en hij sloeg haar opnieuw met zijn stok. Toen zorgde de Heer ervoor dat de ezelin kon praten. Ze zei tegen Bileam: ‘U hebt me al drie keer geslagen. Wat heb ik verkeerd gedaan?’ 29Bileam antwoordde: ‘Je hebt me erg kwaad gemaakt. Als ik een zwaard bij me had, zou ik je nu doden!’ De ezelin zei tegen Bileam: ‘U kent me al zo lang, u hebt altijd op mij gereden! Heb ik me ooit eerder zo slecht gedragen?’ ‘Nee, nooit,’ zei Bileam. Toen zorgde de Heer ervoor dat ook Bileam de engel op de weg zag staan. Meteen knielde Bileam en hij boog diep voor de engel met het zwaard. De engel van de Heer zei tegen Bileam: ‘Waarom heb je je ezelin al drie keer geslagen? Ik ben gekomen om je tegen te houden. Dat je niet verder kunt, komt niet door je ezelin, maar door mij. De ezelin zag mij, en ze is drie keer voor mij opzij gegaan. Als zij dat niet gedaan had, dan had ik jou gedood, en dan had ik haar laten leven.’ Bileam zei tegen de engel: ‘Het was mijn fout. Ik wist niet dat u op de weg stond. Ik zal teruggaan als u dat wilt.’
Verwerking
Soms moeten we een paar keer onderuit gaan, voor we leren.
De profeet Bileam is door Balak, de koning van Moab, gevraagd om de Israëlieten die in Moab zijn komen wonen te vervloeken. Balak belooft hem een grote beloning.
Wanneer ben jij bereid om iets fout te doen?
In dit geval zet God zelfs dieren in om onze zonden onder ogen te komen. De ezelin waarop Bileam rijdt ziet een dodelijke engel op de weg staan en probeer erom heen te gaan waardoor Bileam klem komt te zitten. Soms zien we onze zonden pas echt onder ogen wanneer we klem komen te zitten.
Is dit jou wel eens overkomen?
Gelukkig laat God van zich horen en laat hij Bileam het volk zegenen. Zo wil hij ons ook zegenen, hoe vaak wel ook klem hebben gezeten
Gebed: Dank God dat hij ons soms klem zet om onze zonden onder ogen te zien. Bid God dat we niet onder de druk van geld of andere mooie beloningen bezwijken om verkeerde dingen te doen.