04 juni 2026
dagopening

donderdag, 04 juni 2026

Jezus’ aanwezigheid in de Wet van God

Een te moeilijke opdracht

NBV | Numeri 11:10-15

[10] Toen Mozes vernam dat alle families zaten te klagen bij de ingang van hun tent en dat de HEER in hevige woede ontstoken was, was dat in zijn ogen onjuist. [11] Hij vroeg de HEER: ‘Waarom doet U uw dienaar dit aan? Waarom geeft U mij de last van heel dit volk te dragen? Bent U mij niet goedgezind? [12] Ben ik soms zwanger geweest van dit volk, heb ik het ter wereld gebracht? En dan wilt U mij gebieden om het in mijn armen te dragen, zoals een voedster een zuigeling draagt, en het zo naar het land te brengen dat U zijn voorouders onder ede beloofd hebt? [13] Ze komen bij mij klagen dat ze vlees willen. Maar waar haal ik voor dit hele volk vlees vandaan? [14] Ik alleen kan de last van dit hele volk niet dragen, dat is te zwaar voor mij. [15] Als U mij zo wilt behandelen, dood me dan maar, als U me werkelijk goedgezind bent. Dan blijft verdere ellende mij tenminste bespaard.’

BGT | Numeri 11:10-15

[10] Mozes hoorde het hele volk klagen over het manna. Elke familie zat voor zijn tent te mopperen. Toen de Heer daar kwaad om werd, werd Mozes ook boos. [11] Hij zei tegen de Heer: ‘U wilde toch goed voor mij zijn? Waarom doet u mij dit dan aan? Het is voor mij te zwaar om voor dit volk te zorgen. [12] Ik ben hun moeder toch niet? Ik moet hen naar het land brengen dat u hun beloofd hebt. Maar ik kan het volk toch niet als een kind in mijn armen dragen? [13] Ze klagen tegen mij dat ze vlees willen. Maar waar haal ik vlees vandaan voor al die mensen? [14] Ik kan niet in mijn eentje voor dit volk zorgen. Dat is te zwaar voor me. [15] Als ik het echt alleen moet doen, dood me dan liever meteen! Dan hoef ik die ellende niet meer mee te maken!’

Verwerking

Het volk klaagt weer eens. Israël loopt al jarenlang rond in de woestijn. Ze mochten het beloofde land nog niet binnengaan. Ik snap het wel, dat geklaag. In dit gedeelte is Mozes het he-le-maal zat. Hij roept het uit naar God, “ik alleen kan de last van dit hele volk niet dragen, dat is te zwaar voor mij”. Mozes vond dat hij een te moeilijke taak had gekregen van God en dacht dat hij niet in staat was om te doen wat God van hem vroeg.

Ik hoor op de achtergrond van dit verhaal Jezus in de hof van Getsemane, vragend aan de Vader, “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker aan mij voorbijgaan!”

Jezus vond het ook moeilijk, de taak die Hij had gekregen. Wat mogen we dankbaar zijn dat Hij niet eindigde met ‘ik vind het moeilijk’, maar met ‘Uw wil geschiede’.

Vraag:
1. Wat vind jij moeilijk van wat God aan je vraagt?

Gebed:
Hemelse Vader, U bent de grote Voorziener en U zorgt altijd voor ons. Help ons om op goede dagen een dankbaar hart te hebben. Maar geef ons ook een dankbaar hart als er geen einde aan de dag lijkt te komen en wij uitgeput zijn. Herinner ons eraan U te prijzen en te doen wat U van ons verlangt – of dat nu klein of groot is, in goede en moeilijke tijden. Dit vragen we in de kostbare naam van Uw Zoon Jezus, amen.