dagopening

maandag, 22 juni 2026

Geloof

Echt waar?

Abraham krijgt de opdracht om naar een ander land te gaan.

NBV | Gen. 12: 1-4

1 De HEERE nu zei tegen Abram Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal. De HEERE nu zei tegen Abram: 2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn. 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden. 4 Toen ging Abram op weg, zoals de HEERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

BGT | Gen. 12: 1-5

1 De Heer zei tegen Abram: ‘Ga weg uit je eigen land en ga weg van je familie. Ik zal je zeggen naar welk land je moet gaan. 2 Ik zal je zo veel nakomelingen geven dat ze een groot volk worden. Ik zal je rijk en gelukkig en beroemd maken. Jij zult ook anderen gelukkig maken. 3 Als de volken op aarde elkaar geluk toewensen, zullen ze zeggen: ‘Ik hoop dat je net zo gelukkig wordt als Abram.’ Ik zal goed zijn voor de mensen die goed zijn voor jou. Maar de mensen die jou slecht behandelen, die zal ik straffen.’ 4-5 Abram deed wat de Heer gezegd had. Hij ging weg uit Charan. Hij was toen 75 jaar oud. Hij nam zijn vrouw Sarai en zijn neef Lot mee. En ze namen alles mee wat ze hadden, ook hun slaven en slavinnen. Ze gingen op weg naar het land Kanaän.

Verwerking

Wat leert dit bijbelgedeelte over geloof?


Abram komt tot geloof, doordat hij Gods stem vertrouwt. Hij volgt God gehoorzaam, ookal weet hij nog niet hoe alles zal gaan. God zegt tegen Abram: “Ga uit uw land, weg van uw familie en het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.”

Daarmee vraagt God Abram om:
· zijn veilige leven achter te laten,
· God te vertrouwen zonder alles te weten,
· te geloven dat Gods beloften waar zijn.

God geeft Abram ook beloften:
· Ik zal je tot een groot volk maken.
· Ik zal je zegenen.
· Door jou zullen alle volken gezegend worden.

Abrams geloof zie je vooral in zijn gehoorzaamheid.
Hij:
· krijgt geen volledig plan,
· weet niet precies waar hij heen gaat,
· maar gaat toch.

Vers 4 is daarom heel belangrijk:
“Toen ging Abram, zoals de HEERE tot hem gesproken had.”
Dat is geloof: vertrouwen op Gods woord, ook zonder bewijs of zekerheid.

Bid voor:
- gehoorzaamheid
- vertrouwen dat God doet wat Hij belooft.