dinsdag, 22 september 2026
Een plek voor iedereen

Penina pest Hanna steeds, dat ze geen kinderen heeft en zij wel.
Hanna bid om een zoon
- NBV
- BGT
Elk jaar ging deze man vanuit zijn woonplaats naar Silo, om zich daar voor de HEER van de hemelse machten neer te buigen en Hem offers te brengen. Chofni en Pinechas, de twee zonen van Eli, waren daar priesters van de HEER. Wanneer Elkana zijn jaarlijkse offer bracht, gaf hij zijn vrouw Peninna en haar zonen en dochters een stuk van het offervlees. Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna, want haar had hij lief, ook al hield de HEER haar moederschoot gesloten. Haar rivale kwetste haar dan diep, door haar te sarren omdat de HEER haar geen kinderen gaf. Zo ging het jaar in jaar uit. Elke keer als ze naar het heiligdom van de HEER gingen, treiterde Peninna Hanna zo erg dat ze begon te huilen en haar eten liet staan. Toen dat weer eens gebeurde, vroeg haar man Elkana: ‘Waarom huil je, Hanna? Waarom eet je niet en waarom ben je zo bedroefd? Beteken ik niet meer voor je dan tien zonen?’ Na de maaltijd stond Hanna op en ging naar het heiligdom van de HEER, waar de priester Eli op een bankje bij de ingang zat. Diepbedroefd bad Hanna tot de HEER. In tranen legde ze een gelofte af: ‘HEER van de hemelse machten, ik smeek U, heb toch oog voor mijn ellende. Denk aan mij, uw dienares, vergeet mij niet. Schenk mij een zoon, dan schenk ik hem voor zijn hele leven aan U: nooit zal zijn hoofd door een scheermes worden aangeraakt.’
Elk jaar maakte Elkana met zijn twee vrouwen en zijn kinderen een reis. Ze gingen dan naar de tempel van de Heer in Silo. Dat deden ze om daar te bidden en offers te brengen aan de machtige Heer. In de tempel werkten Chofni en Pinechas. Zij waren priesters, net als hun vader Eli. Elk jaar bracht Elkana in Silo een offer. Daarna gaf hij altijd een stuk vlees van het offerdier aan Peninna en haar kinderen. Maar het mooiste stuk gaf hij aan Hanna. Want van haar hield hij het meest. Ook al had de Heer haar geen kinderen gegeven. Peninna had er plezier in om Hanna te vernederen. Ze zei dat Hanna niets waard was omdat ze geen kinderen had. Zo ging het elk jaar weer als de familie naar de stad Silo reisde. Als Hanna naar de tempel ging, zei Peninna gemene dingen tegen haar. Het was zo erg dat Hanna dan alleen maar kon huilen, en niet kon eten. Toen dat weer eens gebeurde, vroeg Elkana aan Hanna: ‘Hanna, waarom huil je? Waarom eet je niets? Waarom ben je zo verdrietig? Je hebt mij toch? Ik ben toch veel meer waard dan tien zonen?’ Na het eten stond Hanna op om in de tempel te gaan bidden. Ze was erg verdrietig, en ze huilde toen ze begon te bidden. Ze bad: ‘Machtige Heer, ziet u hoe moeilijk ik het heb? Vergeet mij niet, maar denk aan mij. Geef mij alstublieft een zoon. Dan beloof ik dat ik hem aan u terug zal geven. Hij zal u zijn leven lang dienen. Als teken daarvan zal zijn haar nooit geknipt worden.’
Verwerking
Het was niet gezellig in het huis van Elkana: zijn twee vrouwen hadden steeds ruzie. Penina pestte Hanna steeds weer, omdat zij geen kinderen had. Elkana hield daarentegen meer van Hanna en gaf haar meer cadeautjes. Gelukkig loopt het verhaal voor Hanna goed af: ze krijgt een zoon, Samuël, die belangrijk werk gaat doen voor God in de tempel.
Gesprek
Ben jij ook weleens jaloers op iemand? Waarom ben je dan jaloers? Heb je dan ook de neiging om diegene buiten te sluiten, of lelijk tegen te doen?
Voor Hanna loopt het goed af; we zien dat God bij haar is doordat ze op Hem blijft vertrouwen. Als jou nare dingen overkomen, merk je, of heb je dan ook wel eens gemerkt dat God bij je was?
Gebed
Dank God, dat Hij voor iedereen zorgt. Hij wil degene die gepest wordt, troosten. Maar Hij wil ook degene die niet altijd aardig is tegen anderen, helpen om juist het goede te doen.
Vraag God om ons te helpen positieve dingen tegen en over elkaar te zeggen.