donderdag, 12 november 2026
Leidinggeven
Matthijn Buwalda - Esther
Esther: Mordechai hoort dat Haman van plan is alle Joden in het Perzische rijk te laten vermoorden. Hij vraagt Esther om naar de koning te gaan en voor haar volk op te komen.
- NBV
- BGT
‘Alle dienaren van de koning en de inwoners van alle provincies van het koninkrijk weten dat er maar één wet geldt voor iedere man of vrouw die zonder ontboden te zijn naar de koning gaat en in de binnenhof komt: die persoon wordt ter dood gebracht. Alleen degene wie de koning zijn gouden scepter toesteekt, brengt het er levend af. Wat mijzelf betreft, ik ben nu al in geen dertig dagen bij de koning ontboden.’ Esters woorden werden aan Mordechai overgebracht. Toen liet Mordechai het volgende antwoord aan Ester geven: ‘Beeld je maar niet in dat jij, omdat je in het koninklijk paleis woont, als enige van alle Joden zult ontkomen. Als jij nu zwijgt, nu het moment daar is, komt er van een andere kant wel uitkomst en redding voor de Joden. Maar jij en je vaders familie komen dan om. Wie weet ben je juist koningin geworden met het oog op een tijd als deze.’ Toen liet Ester het volgende antwoord aan Mordechai geven: ‘Roep alle Joden die in Susa wonen bij elkaar en vast voor mij: eet niet en drink niet, overdag niet en ’s nachts niet, drie dagen lang. Ook ik zal op die manier vasten met mijn dienaressen. Daarna zal ik naar de koning gaan, al is dat tegen de wet. Moet ik omkomen, goed, dan zal ik omkomen.’
Maar Ester stuurde hem weer naar Mordechai met het volgende antwoord: ‘Het is nu al dertig dagen geleden dat ik bij de koning mocht komen. En er is één wet die iedereen in het hele koninkrijk kent. Daarin staat dat je nooit zomaar naar de koning mag gaan. Als je dat toch doet, word je gedood. Behalve als je de gouden staf van de koning mag aanraken. Dan blijf je in leven. Die wet geldt voor iedereen, voor alle mannen en alle vrouwen. Ik kan dus niet zomaar naar de koning toe gaan.’ Toen Mordechai dat gehoord had, stuurde hij Hatach weer naar Ester met het volgende antwoord: ‘Jij woont in het paleis van de koning. Maar je moet niet denken dat jij daarom als enige van alle Joden gered zult worden. Als jij nu niet met de koning praat, zal er wel op een andere manier hulp komen. De Joden zullen dan gered worden, maar jij en je familie zullen sterven. En weet je wat ik denk? Misschien heeft het wel zo moeten zijn. Misschien moest jij koningin worden om je volk te redden.’ Ester belooft naar de koning te gaan Toen Ester dat gehoord had, stuurde ze Hatach naar Mordechai met het volgende antwoord: ‘Roep alle Joden in Susa bij elkaar. Spreek af dat jullie niet meer eten en drinken, drie dagen lang. Doe dat voor mij. Eet niet en drink niet, overdag niet en ook ’s nachts niet. Mijn dienaressen en ik zullen ook niet meer eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al is dat tegen de wet. Als ik moet sterven, dan moet dat maar.’
Verwerking
In vers 11 lees je dat Esther niet zomaar naar de koning kan gaan, omdat ze zonder toestemming zelfs ter dood gebracht kan worden. Ze vindt het dus spannend en is bang om te gaan.
Maar Mordechai moedigt haar aan om voor haar volk op te komen (vers 13 en 14). Uiteindelijk besluit Esther toch naar de koning te gaan. Ze zegt: 'Als ik omkom, dan kom ik om' (vers 16).
Moed betekent niet dat je nergens bang voor bent, maar dat je ondanks je angst toch het goede durft te doen. Soms vraagt God ons om op te komen voor anderen, ook als dat spannend is.
Vraag:
- Wie is voor jou een Esther in onze tijd? Heb jij een voorbeeld?
- Is er een moment geweest waarop er van jou moed werd gevraagt? Deel dit met de persoon naast je
Er staat een mooie tekst in spreuken die ons kan bemoedigen:
Spreuken 3:5-6: 'Vertrouw op de HEERE met heel je hart en steun niet op je eigen inzicht. Erken Hem in alles wat je doet, dan zal Hij je de juiste weg wijzen.'
Net als Esther hoeven we niet altijd te weten hoe iets zal aflopen. We mogen God vertrouwen.
Gebed:
Dank U dat U Esther moed gaf om op te komen voor haar volk. Help ons om, net als Esther, moedig te zijn en het goede te doen, ook als we dat spannend of moeilijk vinden.
Help ons om op U te vertrouwen, juist als we niet weten hoe iets zal aflopen. Dank U dat U altijd bij ons bent en dat alles in Uw handen ligt.